Je browser is verouderd, waardoor deze pagina mogelijk niet juist wordt weergegeven. Bekijk Wastikikier op je telefoon, tablet of computer voor de beste ervaring.
Naar de inhoud
Terug naar de blog

27 juli 202615 min lezen

Van kleuterjuf tot atelier: het eerlijke verhaal achter Wastikikier

Achter de schermen bij Wastikikier: ik ben Rani, kleuterjuf, en vertel eerlijk over stikken leren, twaalf meter natte stof over de deuren, twijfels en trots.

Van kleuterjuf tot atelier: het eerlijke verhaal achter Wastikikier

Eerlijk? Wastikikier begon niet met een groots plan. Het begon met een schoolopdracht, een stikmachine die ik niet kon bedienen, en heel wat avonden vloeken in mijn slaapkamer. Ik ben Rani, en ik neem je graag mee achter de schermen — voorbij de mooie productfoto's, tot bij de natte lappen stof die over al onze deuren hangen. Want dát is ook Wastikikier.

Even voorstellen: ik ben Rani

Ik ben voltijds kleuterjuf. Ik sta in een peuterklas, en het is een job waar ik ontzettend veel voldoening uithaal — die kleine handjes, dat trotse gezichtje als een kindje zijn eigen naam herkent op zijn kapstokje. Dat zou ik voor geen geld willen loslaten. Zelfs niet als Wastikikier ooit heel groot zou worden.

Wie mij kent, weet twee dingen: ik ben een perfectionist, en — zoals mijn vriend het liefdevol noemt — een gezond stresskipje. Ik leg de lat voor mezelf hoog. In een klas kan dat lastig zijn, in een atelier is het net een geschenk. In mijn vrije tijd kook ik graag met mijn vriend (hij kan écht goed koken, wij eten veel te graag), en op een vrije zondag zit ik... vaak toch weer aan de naaimachine. In mate, beloofd.

Het begon met een schoolopdracht, niet met een droom

Ik had nooit gedacht dat ik ooit iets met stof zou doen. Knutselen, schilderen, tekenen — dáár was ik altijd al mee bezig. Maar naaien? Nee.

Tot ik voor mijn opleiding kleuteronderwijs een opdracht kreeg: een matrix maken, in hout, karton of stof. Hout was veel te zwaar om elke keer mee te sleuren naar mijn klas — ik ging vaak met de bus. Karton vond ik totaal niet duurzaam. Dus werd het stof. Alleen: ik had geen idee hoe een stikmachine werkte.

Dus schakelde ik mijn mama in. Naaien is echt haar ding niet, maar ze nam er toch geduldig de tijd voor om me de eerste kneepjes te leren. En vanaf dan ben ik het mezelf beginnen aanleren. Met heel veel vallen en opstaan. 's Avonds om elf uur in mijn slaapkamer, na uren proberen en falen, heb ik meer dan eens gevloekt en zelfs geweend. Ik heb ontelbare naden weer moeten opensnijden om ze dan toch mooi te krijgen.

Al doende leert men, zeggen ze. En het klopt. Vandaag kan ik het vrij goed, al blijf ik het bij elk slabbetje beter proberen doen.

En ja, ik snijd nog steeds naden open

Denk vooral niet dat het nu vanzelf gaat. Ik snijd nog altijd geregeld een naad open om iets over te doen — veel minder dan vroeger, toen mijn sessies zowat volledig bestonden uit "foutje maken, opnieuw goedmaken". Maar het frustreert me nog elke keer even hard. En eerlijk: ik denk dat ik altijd zal blijven groeien. Er is altijd een volgende stap, altijd iets dat nog beter kan.

Van hobby naar (echt) een zaak

De echte klik kwam via mijn zus. Zij startte zo'n anderhalf jaar geleden Wariekikier, waar ze zelf zeepjes maakt — helemaal natuurlijk. Ik was op dat moment volop dingen aan het naaien voor mijn metekindje, en ging een keer mee op de markt om haar zeep te helpen verkopen. Dat gevoel, je eigen product kunnen tonen en verkopen... dat vond ik meteen heerlijk.

Mijn zus en ik op een marktje, samen onze producten aan het verkopen
Mijn zus en ik op een marktje, samen onze producten aan het verkopen

Dus dacht ik: waarom zou ik het niet gewoon verkopen? Ik begon te naaien met stofjes die ik zelf mooi vond, niet meer alleen voor mijn metekind. En omdat ik op een marktje wou staan, had ik een zelfstandig btw-nummer nodig — want ik ben nu eenmaal een stresskip als het gaat over dingen doen die eigenlijk niet mogen. Sinds april 2026 ben ik officieel zelfstandig. Wastikikier is dus nog een heel jonge zaak, ook al staan we al verder dan ik had durven hopen.

Het engste? Geld erin, en niks terug (in het begin)

Ik gooi niet graag veel geld ergens in zonder te weten of er iets van terugkomt. En zeker in het begin krijg je als starter plots een pak facturen en kosten. Ik heb echt een moment gehad waarop ik dacht: "waarom ben ik hier eigenlijk aan begonnen? Ik word alleen maar armer." Maar intussen zie ik het keren. De bestellingen komen binnen, mensen vinden de weg naar de shop, en ik heb goede hoop.

Mijn grootste steunpilaren onderweg? Mijn vriend, die me enorm helpt. Mijn zus. En mijn mama — mijn trouwste klant, denk ik. Als ik mezelf van vóór de start één ding zou mogen influisteren, zou het dit zijn: het komt wel goed. No stress. Doe het kalm aan.

Op de site noem ik het "atelier". Eerlijk? Het is ons bureau van vier vierkante meter

Atelier is een mooi woord voor een klein kamertje in ons appartement. Vier vierkante meter, ongeveer. En dat is dan samen met het bureau van mijn vriend en mijn strijkijzer dat er sporadisch blijft staan. Mijn stoffen passen al lang niet meer in de kast, dus die staan gewoon naast mijn bureau. Ik vermoed dat mijn vriend stiekem ook wel wat meer ruimte zou willen.

Komt er bezoek, dan vinden ze het gezellig en netjes — en dat laatste is bewust. Ook na een sessie van zeven, acht uur, wanneer ik plots merk dat het al tien uur 's avonds is en we nog niet gegeten hebben, probeer ik alles proper achter te laten. Zodat het de volgende dag leuk is om er weer aan te beginnen, en ik niet eerst een halfuur moet opruimen. Bovendien vind ik er zelf plezier in om mijn kast om de zoveel tijd helemaal netjes te sorteren.

De gekste plek waar materiaal belandt? De living. Ik probeer alles op ons bureau te houden, maar als er weer nieuwe rollen stof toekomen — die eerst nóg allemaal gewassen moeten worden — dan stockeer ik die even op de tafel in de living. Anders raak ik het overzicht kwijt: welke rollen zijn al gewassen, welke zijn klaar om te gebruiken?

Als ik één ding mocht dromen, dan is het ruimte. Een grote strijktafel waar ik ook makkelijk op kan pinnen. Een bureau groot genoeg om mijn stikmachine te laten staan, met een apart plekje voor mijn borduurmachine — want nu moet ik telkens de ene opzijzetten om de andere te kunnen gebruiken. En een grote, ordelijke kast waar al mijn stoffen mooi gesorteerd staan. Ik kijk er nu al naar uit.

De was: pure hel (en een gang vol stof)

Stof in de knoop na in de droogkast te zitten
Stof in de knoop na in de droogkast te zitten

Dit is het stukje dat niemand ziet, en dat ik zelf onderschat had. Het wassen en drogen van de stoffen.

In het begin knipte ik eerst stukken af en waste ik enkel die — maar zo ging er veel te veel stof verloren. Dus kregen we het glorieuze idee om de hele rol te wassen: kartonnetje eruit, en heel de lap de machine in. Alleen: zo'n rol is loodzwaar. Als die bamboe badstof eenmaal vol water zit, wast onze machine volgens mij meer dan acht kilo. En de hele lap gaat compleet in de knoop, zoals soms met je lakens gebeurt — maar dan keer duizend.

Daarna moeten we die stof over álle deuren van het appartement hangen om te drogen. Twaalf meter stof per keer. Onze gang wordt dan één groot stoffenspektakel — eigenlijk eerder een hindernissenparcours. Struikelen doe ik niet, ik moet me eerder búkken, want het hangt overal boven ons hoofd. Het enige leuke: het hele huis ruikt naar wasverzachter.

En dat ontwarren? Veel te lang, veel te veel frustratie en zweet. Een trucje heb ik nog niet gevonden. Voorlopig is het gewoon: vloeken en trekken. Ik let wél altijd goed op dat ik de kleuren juist samen was, want nieuwe stof kan nog afgeven — en zo'n rol is niet goedkoop, dus daar ga ik zorgvuldig mee om.

Stikken is eigenlijk maar het topje van de ijsberg

Ik was zelf verbaasd hoe lang het duurt vóór je kan beginnen. Want wat ik doe, is eigenlijk niet vooral stikken — het is vooral voorbereiden. Wassen, drogen, op maat snijden. Het stikgedeelte zelf is dan maar kort tegenover al de rest. En toch is dát het leukste: het creëren, het zien ontstaan.

Vraag me niet hoeveel tijd er tussen "stof komt binnen" en "afgewerkt slabbetje" zit. Dat hangt er helemaal van af hoe erg alles in de knoop is geraakt in de was.

Deadlines heb ik ook al gehad. Mijn neef vond het bijvoorbeeld een prima idee om me de dag vóór zijn babybezoek nog snel te bellen: "Rani, kun jij twee slabbetjes voor mij maken?" Ik heb toen al de rest opzijgeschoven en het is gelukt — maar dikke stress, dat wel. Ik hoop dat zoiets niet te vaak meer gebeurt.

Perfectionisme: de fouten die niemand ziet

Ja, er zijn fouten die niemand ziet, maar waardoor ik toch alles opnieuw doe. Een overgeslagen stik, een detail dat nét niet klopt — en dan begin ik mezelf zot te maken: "straks zien ze dat, en zijn ze teleurgesteld, terwijl ze ervoor betaald hebben." Soms probeer ik het los te laten, want handgemaakt betekent ook dat het niet honderd procent perfect is. Misschien is dat net de charme.

Wat dan helpt, is het aan mijn vriend vragen: "en, wat vind jij hiervan?" Meestal heeft hij het niet eens gezien, en zegt hij gewoon: "dat is echt oké." Dat helpt me om het wat meer los te laten. En de reviews stellen me ook gerust — daar mag ik echt niet over klagen.

Het lastigst om te maken? Een dekentje. Lang had ik daar niet het juiste materiaal voor: mijn lat was maar zestig centimeter, dus ik botste voortdurend tegen scheve sneden en stof die verschuift, waardoor de geborduurde naam niet meer recht zat. Onlangs kreeg ik van de oma van mijn vriend een lat van één meter — en ik hoop dat het daarmee eindelijk wat vlotter gaat.

Mijn handtekening

Label wastikikier op knuffeldoekje
Label wastikikier op knuffeldoekje

Als je één van mijn stukken vasthebt, herken je het aan een paar dingen. Mijn labeltje, dat aan elk werkje hangt. Twee drukknopen, wat niet overal standaard is. En vooral: mijn slabbetjes zijn langs beide kanten mooi. De naam borduur ik op de effen kant, en de andere kant kan een leuke print zijn. Zo draag je eigenlijk twee slabbetjes in één — de geborduurde kant én de printkant zijn allebei even fijn om te gebruiken. Dat concept zie ik bij weinig andere makers, en het is stiekem een beetje mijn trots.

Bekijk gerust de slabbetjes en bandanaslabbetjes om te zien wat ik bedoel.

De bekommernissen van een eigen zaak

Lig ik er wakker van? Ik denk er eerlijk gezegd bij elk vrij moment aan: "hoe kan ik dit beter doen?" Soms word ik half slaapdronken weer wakker met een idee, en vraag ik mijn vriend om het snel voor me op te schrijven zodat ik het niet vergeet. Maar gelukkig slaap ik daarna gewoon door.

Mijn zorgen zijn onderweg veranderd. Eerst was het geld — ik zag vooral wat erin ging en had nog weinig klanten. Toen werd het tijd: plots kwamen er veel bestellingen bij, precies tijdens de drukste periode op mijn werk, het einde van het schooljaar. Dan kwam ik thuis van een volle dag en begon ik 's avonds nog aan alle bestellingen. En nu is het vooral: "is het wel perfect genoeg voor de klant?" Al zijn ze eigenlijk altijd blij geweest, dus ik zou me daar minder zorgen over moeten maken. Die zorgen zullen er wellicht altijd wat blijven — dat hoort er misschien gewoon bij.

Als zelfstandige ben je trouwens álles tegelijk: maker, boekhouder, fotograaf, klantendienst, inpakker én bezorgdienst. Welke pet me het slechtst past? De boekhouding — daar helpt mijn vriend me enorm mee, net als met de site en de marketing. Als het aan mij lag, zou ik op Instagram waarschijnlijk gewoon een hartje liken in plaats van een mooie reactie te schrijven. Het is soms ook eenzaam, ja, want het is een eenmanszaak. Maar met mijn vriend die meehelpt, valt dat voor mij nog goed mee.

En de grens tussen "dit nog even afwerken" en gewoon leven? Als ik begin, verlies ik de tijd echt uit het oog, en dan eten we veel te laat. Ik leer nu wel om op tijd te stoppen: "bon, ik werk morgen verder, met een frisse blik." In het begin bleef ik doorgaan tot ik uitgeput was in plaats van opgeladen. Dat doe ik gelukkig steeds minder.

Waarom het de moeite waard is

Er zijn berichten geweest waar ik echt ontroerd van was. Klanten die overduidelijk heel blij waren, en me een filmpje of foto stuurden van hun baby die het slabbetje of knuffeldoekje effectief gebruikt. Dát geeft voldoening — zien dat het echt geleefd wordt.

En dan is er dat ene moment waar ik het meeste gevoel bij krijg: net wanneer een stuk af is. Je stikt eerst met de twee goede kanten op elkaar, en dan draai je het om vóór de topstitch. Op dat moment denk ik telkens: "wow, dat gaat tof worden." Als dan mijn labeltje eraan hangt en alles mooi ingepakt is — want ook het uitpakken moet leuk zijn voor de klant — ben ik gewoon blij. Oh yes, het is af, het is mooi.

Dat mensen die ik totaal niet ken via de site iets bestellen, vind ik nog altijd een beetje gek — en heel fijn. Dat je iets maakt dat een wildvreemde zó leuk vindt dat ze het willen gebruiken voor hun kindje.

Een klein rondje: de mens achter de machine

  • In mijn kopje? 's Ochtends koffie, af en toe thee. En soms een glaasje wijn.
  • De soundtrack van mijn atelier? "Happy" van Bukahara, en Bart Peeters — daar word ik altijd gelukkig van. Voor de rest veel Afrikaanse muziek en waar Spotify me brengt.
  • Prik ik mezelf nog met een naald? Bijna nooit.
  • Mijn grootste oeps? Dat ik het keergaatje — waarlangs je het stuk moet omdraaien — per ongeluk helemaal dichtstik. Dan mag ik alles weer lospluizen en denk ik: "hoofd erbij houden, Rani!" Ervaring is de beste leerschool.
  • Mijn stiekeme lievelingsstof? De kippenboerderij-print met de blauwe achterkant. Die zou ik zelf ook kopen. Al koop ik eigenlijk enkel prints die ik écht mooi vind.
  • Wat we eten als het weer laat wordt? Wij zijn fervente mealpreppers, dus de diepvries is nooit leeg — een resem curry's of bolognaise. Al wordt het vaak gewoon pasta: lekker, makkelijk, snel klaar.

Wariekikier: mijn zus aan mijn zij

Mijn zus, ik en het fotomodel van de zaak, samen op de foto
Mijn zus, ik en het fotomodel van de zaak, samen op de foto

Wastikikier heeft een zusje: Wariekikier, waar mijn zus haar handgemaakte zeep maakt. We versterken elkaar — we maken reclame voor elkaar, en een marktje doen is meteen leuker omdat we het samen doen. Zij is degene die op tijd zegt: "kom Rani, we pakken pauze en drinken een koffie." Want op de markt leg ik na elke verkoop alles weer perfect recht — mijn zus lacht daar altijd mee, maar dat geeft mij nu eenmaal rust in mijn hoofd. Zij bedenkt dan weer hoe we onze kraam mooier kunnen opstellen. Twee zussen, twee namen, één familiegevoel: dingen maken met zorg, zonder haast.

Zeepje op maat dat m'n zus voor me maakte
Zeepje op maat dat m'n zus voor me maakte

Waar ik naartoe wil

Ik wil vooral alles zélf kunnen blijven doen. Dat is de charme: dat ik nog elk stuk met mijn eigen handen maak. Het mag gerust groeien, maar het mag mijn leven niet beginnen dicteren. Ik wil kleuterjuf blijven — desnoods vier vijfde, mocht het ooit echt niet meer bol te werken zijn. Over vijf jaar hoop ik gewoon dit: genoeg bestellingen om er iets moois uit te halen, maar klein genoeg om het nog altijd alleen te kunnen doen.

En zit er nu iemand aan de keukentafel te twijfelen om ook zoiets te beginnen? Dan zeg ik: gewoon doen. Er zijn altijd momenten waarop je ergens tegenaan botst, maar denk vooral nooit dat het niet beter wordt. Mensen kijken echt uit naar creatievelingen die hun eigen idee op de markt durven zetten. Gewoon doen, en je erin vastbijten — de rest volgt en leer je gaandeweg.

Veelgestelde vragen

Maak je echt alles zelf?

Ja, alles komt uit ons kleine atelier thuis — van het wassen van de stof tot de laatste stik en het labeltje. Geen lopende band, gewoon ik, mijn stikmachine en mijn borduurmachine.

Werk je nog als kleuterjuf?

Zeker. Ik sta voltijds in een peuterklas, en dat wil ik ook zo houden. Wastikikier doe ik ernaast, met veel liefde, in de avonden en weekends.

Kan ik iets vragen voordat ik bestel?

Heel graag. Twijfel je over kleuren of over een personalisatie, stuur me dan gerust een bericht via de contactpagina. Ik denk graag met je mee — liever een goede vraag vooraf dan achteraf.

Waarom zijn de slabbetjes dubbelzijdig?

Omdat ik vind dat beide kanten mogen tellen: een geborduurde naam op de effen kant, een fijne print op de andere. Twee looks in één slabbetje, met telkens twee drukknopen en mijn labeltje eraan.

Kom gerust eens rondkijken

Wat begon met een schoolopdracht en een stikmachine die ik niet kon bedienen, is vandaag een klein atelier vol stof, geborduurde namen en — af en toe — een gang die verandert in een hindernissenparcours van drogende lappen. Ik geniet nog elke dag van dat moment waarop er weer een setje klaar is om ingepakt en verstuurd te worden.

Snuister gerust rond in de shop, ontdek de slabbetjes, bandanaslabbetjes, knuffeldoekjes en dekentjes, of lees het volledige verhaal achter Wastikikier. En wie weet vind je wel iets om te koesteren.

Fijn dat je hier was — tot bij een van mijn werkjes.

Zin gekregen in iets handgemaakts?

Ontdek onze slabbetjes, dekentjes, speenkoorden en meer — met de hand gemaakt en te personaliseren.

Naar de shop

Lees ook